Friesland is vooral bekend vanwege het water, de meren en plassen, van eindeloze vergezichten, van kleigronden en weidegebieden. Heel mooi allemaal, maar daar blijft het niet bij.

De Stellingwerven in de zuidoosthoek van de provincie laten een heel ander Friesland zien. Zandgronden, lommer, heidevelden, valleien en brinkdorpen vind je daar. Dit onbekende Friesland lijkt meer op het aangrenzende Drenthe. De eigen streektaal heeft meer weg van Drents dan van Fries.Toch voelen de Stellingwervers zich niet Fries en niet Drents, maar in de eerste plaats Stellingwerfs. De bekendste inwoner van de Stellingwerven is Pieter Stuivesant (met zijn toepasselijke naam afgeleid van stuifzand), de stichter van Nieuw Amsterdam, oftewel het huidige New York.

Mocht Friesland vanwege de klimaatverandering ooit nog eens de strijd tegen het water verliezen, dan houden de meeste Stellingwervers, in tegenstelling tot de overige 600.000 Friezen, droge voeten. Toch ontkomen ook zij niet altijd aan nattigheid want van overvloedige regenval en hoge waterstanden kan men juist daar veel last hebben omdat het water moeilijk afvloeit van de hoge gronden.

Niettemin kun je niet om water heen, bij het beleven van de Stellingwerven want het riviertje de Linde doorsnijdt al kronkelend het landschap in twee helften. De Linde is net zo'n stroompje als de noordelijker gelegen Tjonger of De Kuinder ten westen, die net als de Linde ook uitliep op de vroegere Zuiderzee.

De Linde is ontstaan tijdens de Riss-ijstijd (200.000-100.000 jaar voor Chr.). Uitlopers van gletsjers en grote hoeveelheden smeltwater sleten de bodem uit, waardoor de Lindevallei ontstond.

Het landschappelijk karakter van dit voormalige gletsjerdal is enkele malen sterk veranderd (eerst veenmoeras, later heide en thans weidegebied), maar de Linde is er nog steeds, hoewel er weinig water meer door heen gaat en een kaartje uit 1813 van landmeter C. Boling ons leert dat de Linde toen al 'onvaarbaar' was. De plaats waar de Linde ontspringt ligt ergens tussen de dorpjes Tronde en Elsloo. In de prehistorie moet het beginpunt in de buurt van Oosterwolde hebben gelegen.

Wie nu langs de Linde loopt of fietst kan zich moeilijk voorstellen dat het riviertje tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) als verdedigingslinie heeft gefungeerd, zo smal is het stroompje, waar een beetje 'fierljepper' met de polsstok zo over heen waait. Daar waar men van oudsher de Linde over kan steken (Bekhoftille onder Nijeberkoop, Blessebrug onder Wolvega, Slijkenburg bij Kuine) werden rond 1593 schansen opgeworpen om de oprukkende Spaanse legers tegen te houden, echter tevergeefs. Nadien was de Linde nog lange tijd onderdeel van een noordelijke waterlinie.

In het begin van de 19e eeuw werd het gebied van de Lindevallei ontgonnen en nam het belang van scheepvaart sterk toe. De Linde was te kronkelig voor scheepvaart en vandaar dat men besloot het riviertje te kanaliseren en uit te baggeren. De meanders zijn deels bewaard gebleven, worden inmiddels ook weer deels hersteld, en vormen nu onderdeel van het natuurreservaat 'De Lendevallei', dat wordt beheerd door de natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea.

Social media

Agenda

ma nov 18 @18:00 -
Oud papieractie de Striepe

Laatste nieuws